Eindeloos

‘Ah nee hé. Hier heb ik echt geen zin in zo vlak voor de vakantie.’ Milan, te herkennen aan zijn altijd weer variërende kleur kapsel, schreeuwde het uit. Het was vrijdagochtend voor de kerstvakantie en ik had de eer om deze dynamische club eerstejaars les te geven.


Meerstemmige klaagzang
Het zweet stond nog op mijn voorhoofd, het eerste kwartier was ik alleen maar bezig geweest met het ‘temmen’ van deze vakantie-ruikende leeuwen. De gebruikelijke ochtendgroet (‘goedemorgen, mogen we ook eerder naar huis vandaag?’) was uitgelopen tot een meerstemmige klaagzang. Dat ze niet gelijk een rookpauze mochten á la, maar hoezo niks leuks zo vlak voor de vakantie? Waarom geen film? En ik maakte toch wel een grapje toen ik zei dat we theorie moesten behandelen? Met spijt in mijn hart moest ik bekennen dat ik, hoewel ik altijd in was voor een grapje, vandaag een uiterst serieuze les in gedachten had.

Zware onderwerpen
Wanhopig bedacht ik hoe ik deze jongeren toch zou kunnen laten nadenken over onderwerpen als, jawel, suïcide en gedragsproblemen. Het hoorde nou eenmaal bij de puberteit en de toets zou na de vakantie toch echt gemaakt moeten worden. Als kersverse docent had ik hierbij geen rekening gehouden met de naderende vakantie en het feit dat mijn collega’s deze laatste lessen wellicht feestelijker in zouden vullen. Verder dan het gebruikelijke ‘als we de stof snel kunnen behandelen blijft er wellicht tijd over ’ kwam ik echter niet. Het huiswerk dat ik ze eigenlijk op had willen geven streepte ik in mijn hoofd maar snel door. Wat niet weet wat niet deert. Ik kon me niet voorstellen dat ik ze daar in deze hoedanigheid ook nog maar enigszins voor kon motiveren.

Suïcide 
Tot dusver ging het eigenlijk toch best goed. Ze luisterden, stelden vragen en kwamen met relevante voorbeelden. Tot… ik begon over suïcide. Waar ik had geprobeerd in enkele zinnen uit te leggen dat dit bij de puberteit kan horen en sommige jongeren hiervoor hulp zoeken, raakte ik bij een aantal een onverwacht gevoelige snaar. ‘Soms doen jongeren ook een zelfmoordpoging omdat ze eigenlijk heel graag hulp willen’ vertelde ik. Lucas was het hier niet mee eens. Hij keek me aan met een blik die ik niet van hem gewend was. Aarzelend begon hij een zin. Alleen zijn intonatie was al voldoende om de hele klas stil te krijgen. Dertig pijnlijke seconden leek hij te zoeken naar de juiste woorden. Toen kwam het hoge woord er uit. Hij had lange tijd met dergelijke gedachten rond gelopen. Al gauw liep hij het lokaal uit. Milan doorbrak de bijna angstvallige stilte. ‘Hadden we toch beter een film kunnen kijken mevrouw…’ Ook de tweede studente was inmiddels naar buiten gelopen omdat het haar persoonlijk raakte.

Was dat wel normaal?
Net toen ik, na een uitvoerige rondvraag in de klas, besloot om de les te vervolgen en naar een volgend onderwerp te gaan, kwam Lars met een persoonlijke vraag. ‘Nog even terug komend op net… Wie van deze klas heeft ook wel eens aan zelfmoord gedacht?’ Het zweet brak me opnieuw uit. Paniekerig zocht ik naar de juiste interventie. Wat moest ik doen? Moest ik de discussie beëindigen? Lars duidelijk maken dat deze vraag over een grens ging? Was het ethisch niet verantwoord? Of moest ik dit groepsproces zijn gang laten gaan en de groep zelf verantwoordelijk maken voor deze intieme setting? Milan onderbrak mijn chaotische gedachtengang. ‘Ah nee he, hier heb ik echt geen zin in zo vlak voor de vakantie…’ Lars liet zich de mond echter niet snoeren en greep de kans om de klas te vertellen over zijn zelfmoordgedachten van vroeger. Met grote ogen keek hij mij aan. Was dat wel normaal? Onderzoekend keek ik de klas rond en probeerde ik de blikken van de studenten te vangen. Zou er iemand zijn die hier iets over zou willen delen?

Hulpverlener of docent
Opnieuw was ik me bewust van mijn rol als docent en de hieruit voortvloeiende vraag. Want waar eindigt mijn rol als docent en begint de rol van therapeut? Een vraag die deze eerste vijf maanden van mijn nieuwe baan al vaak de revue gepasseerd was. Mijn hulpverleningsachtergrond maakte dit voor mij vaak onnodig complex. Ondanks dat ik mezelf hier vaak bewust van was vond ik het ingewikkeld om geïntegreerde gesprekstechnieken en gewoontes om te zetten op het moment dat ik als docent voor de klas stond. Ik besloot mijn innerlijke docent-hulpverlener strijd te staken en als ‘Anke’ terug te keren naar het moment: het gesprek met Lars en de klas.

De pauze gemist
Voorzichtig hervatte ik mijn les en tastte ik de behoeftes van de studenten af. Moest ik hier nou dieper op door gaan? Of de les juist voortzetten? Puur intuïtief deed ik wat mij goed leek. Nadat ik de klas eerder dan gebruikelijk had laten gaan sprak ik nog met enkele studenten na. Lucas vertelde met tranen in zijn ogen over zijn heftige jeugd en zijn reactie in de klas. Hij bedankte me voor het gesprekje en liep naar de deur. Lars hoefde geen gesprekje. Misschien zou hij er nog wel met zijn mentor over praten. Toen was ook hij weg. Verbouwereerd staarde ik naar de inmiddels al lang gesloten deur. Mijn hoofd tolde. Ik dacht na over de persoonlijke verhalen van deze jongeren. De pure reacties op hetgeen dat er gebeurde. De woorden. De stiltes. Ik schrok op van de deur die inmiddels ook al weer open ging. Mijn volgende klas. Ik had de pauze gemist.

 

 

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0