Voor(ik)oordeel

‘Hou je bek!’ ‘Hou zelf je bek!’ Met veel bombarie stapt mijn nieuwe klas 1B het lokaal binnen. Ze zitten nu een halfjaar op deze school. Lang genoeg om hun diepste groene kleur te verliezen, nog te kort om zichzelf niet te hoeven overschreeuwen. Nieuwsgierig staren ze me aan. Ik start quasi-nonchalant mijn laptop op. Alsof ik iedere week te maken heb met een nieuwe groep schreeuwende pubers.


Subgroepen
Ondertussen probeer ik razendsnel een scan te maken van de nieuwe gezichten. Ik betrap mezelf er op dat ik al snel de subgroepen ‘tattoos’, ‘schreeuwers’, ‘kameleons’ en ‘muurbloempjes’ in mijn hoofd gecreëerd heb. Hoe overzichtelijk het dan ook wordt, ik hou er niet van om zo snel al een beeld in mijn hoofd vast te zetten. Stiekem hoop ik dan ook dat deze klas me gaat verrassen. Laat mij maar tegen mijn eigen vooroordelen aan lopen.

Voorspelbaar voorstelrondje
Ik haal diep adem, probeer de energie van deze schreeuwende kudde naar mezelf toe te trekken en stel mezelf voor. ‘Jullie kennen me natuurlijk nog niet maar ik ben…’ ‘Neeee maaaan…. Ik weet je náám niet eens…..’ Uitdagend kijkt ze me aan. (Tja… toch overduidelijk een ‘tattoo’.) Mijn voorstelrondjes zijn vaak het enige voorspelbare van de hele les. Allereerst azen ze op mijn leeftijd. Structureel geef ik hierin openheid en vraag ik of ze het ook vreemd vinden om van jonge mensen les te hebben. ‘Neu man, juist chill. Jonge mensen zijn alleen wel strenger… Maar dat wijf, uh mevrouw, van vanmorgen vond ik echt niks…’
Nadat ik iets over mijn achtergrond heb verteld wordt er steevast gevraagd met welke doelgroepen ik hiervoor heb gewerkt. (Lees: hoe meer problematiek, hoe beter) In hun ogen lees ik de honger naar heftige verhalen. Iedere keer weer komt dit echt even binnen. Zestienjarige meiden die alleen maar roepen dat ze in de jeugdzorg willen werken. Ik heb voor mezelf al meerdere malen conclusies moeten trekken. Helaas bleek dit over het algemeen dan weer géén vooroordeel te zijn.

Opdracht
Ik laat ze aan de slag gaan met een ‘alles-over-mij-krant’ waarin ik opnieuw verschillende categorieën kan onderscheiden. (Sorry.) De stille uitdagers (wat niemand van mij weet: ‘dat ga ik dan dus ook echt niet vertellen. Duh.’), de serieuze (‘ik heb mooie herinneringen aan de geboorte van mijn neefje’) en de meiden met de grote monden en de lege blaadjes. (’Weet je nog zaterdag in de kroeg jonge, helemaal waus. Oh sorry mevrouw, ik wist écht heulemaal niet wat ik moest schrijven…’)


Het behandelplan geef ik ze maar cadeau  

Ik besluit het niveau te peilen. Na drie keer gevraagd te hebben of de mobieltjes weg kunnen, de oordopjes uit en of de dames voorin liever willen slapen of toch mee willen doen, kan ik beginnen. (‘Mogen we echt geen pauze? Dat mag bij andere vakken wel. Mag ik mijn oma bellen? Straks is het te laat’) Waar denkt deze klas aan bij een begeleidingsplan? Het blijft ijzig stil. ‘Een, uh.. plan?’ ’Juist. Wat voor plannen zouden we in deze lessen bijvoorbeeld behandelen?’ Opnieuw een oorverdovende stilte. (Al snel ook weer verstoord door een mobiele telefoon en gejoel.) Wat voor les hadden ze vanmorgen gehad? ‘Oh ja…van die ene mevrouw…Welk vak was dat ook alweer?’ ‘En wie wil er juf worden? Met wat voor plannen kom je dan in aanraking?' ‘Uh… onderwijs?’ ‘Wat geef je als je juf bent?’ ‘Uh… les? …….LESPLAN!’. Ik besluit ze het behandelplan maar cadeau te geven.

 
Het zijn eigenlijk net mensen

Tien minuten later zijn ze ijverig aan het tekenen. Een werkvorm om te benadrukken hoe snel mensen interpreteren en een beeld van iets vormen. (Ter plekke bedenk ik de ironie van deze opdracht.) ‘Mogen we nog zo’n opdracht mevrouw?’ Ik zet ze aan het werk met een opdracht waar ze hun boekje voor door moeten spitten. Het is maandagmiddag drie uur. Het is een suffe opdracht. ‘Wie is Jantje uit de casus en hoe oud is hij? Jantje is de f*ckbuddy van Cynthia….ha-ha-ha.’ Vijf minuten later is het stil. Tien minuten later ga ik naar de wc. Wanneer ik terugkom is het nog steeds stil. Na twintig minuten komt de eerste de opdracht naar me toe brengen. De volledige suffe opdracht. Inclusief de casus van Jantje. Ongelooflijk. De klas heeft me na een uur al verrast. ‘Tot volgende week mevrouw!’ ‘Hou je bek!’ ‘Hou zelf je bek!’ En met veel bombarie verdwijnen ze weer.
Ik kijk ze glimlachend na. Het zijn eigenlijk net mensen. En wel van élke soort.

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0