Past het onderwijs?


Vanuit mijn ooghoek zag ik hem naar me toe lopen. Hij leek regelrecht op zijn doel af te gaan. ‘Kijk mevrouw… dít snap ik niet’. Voor ik het wist zat ik met mijn hoofd in een opvoedkundige casus. ‘Dit bedoel ik nou. Deze vader is boos. Het kind luistert niet. De vraag is hoe vader het kind aan moet spreken in deze situatie. Maar vader is bóós. Dus hij zal uitvallen tegen het kind. Naar mijn mening klopt deze vraag gewoon niet’.  Hij keek me fel aan, zijn frustratie is voelbaar.


Kracht en zwakte
Het duurt enkele seconden voor ik zijn redenatie begrijp. Het duurt nogmaals enkele seconden voor ik een helder antwoord geformuleerd heb. Ik leg hem uitvoerig uit dat zijn denkwijze anders is dan de mensen die het boekje gemaakt hebben. Dat hij eigenlijk de details uit de vraag té goed opmerkt. Dat dit zijn kracht, maar ook zijn zwakte is. Dat de schrijvers van dit boekje de vraag anders bedoeld hebben dan hij denkt. En dat hij hier helemaal niks aan kan doen.

De ideale leerling
Hij was de ideale leerling. Niemand die zo eerlijk was als hij. Hij hield me vaak een spiegel voor (‘ik vond de oude manier van huiswerk nakijken toch prettiger’) en was een harde werker. (‘Mogen we eventueel het eerste punt van de planning schrappen? Ik zou het prettig vinden om dan nog even met het project bezig te gaan. Huiswerk bespreken is ook fijn, maar wellicht kan ik u hierover mailen?’) Hij smachtte naar structuur en voorspelbaarheid. Deze jongen had autisme. Razend slim was hij, maar tegelijkertijd had hij er moeite mee om zijn verstandelijke vermogens te reproduceren. De vragen die hij stelde illustreerden iedere keer weer de complexiteit van onze sociale omgangsnormen en het huidige onderwijssysteem. Keer op keer kwam ik weer tot dezelfde conclusie: dit onderwijs is niet gericht op denkwijzen die afwijken van de norm. Precies ja, het onderwijssysteem dat ‘passend onderwijs’ genoemd wordt.

Waren wij als school goed bezig?
Vaak als de klas het weekend rook en juichend het lokaal verliet bleef hij nog even hangen. Wanneer hij uiteindelijk ook zijn vrije dagen tegemoet liep, keek ik hem nog even na. Iedere keer opnieuw vroeg ik mezelf hetzelfde af: Waren wij als school goed bezig? Een autistische jongen opleiden tot onderwijsassistent terwijl hij zoveel moeite had met het aanvoelen van sociale situaties? Zijn vreselijk harde werken om het hoofd boven water te houden? Wanneer laat je iemand uitgaan van zijn eigen kracht en wanneer neem je iemand tegen zichzelf in bescherming?

Presentatie
Ik besprak mijn hersenspinsels in de pauze met mijn collega. ‘Hij? Weet je dat dan nog niet? Hij gaat stage lopen in het speciaal onderwijs. De school waar hij zelf ook op heeft gezeten.’ Natuurlijk. Dit waren nog eens relevante details. Enkele weken later kwam hij naar me toe. Hij zou een presentatie geven over autisme voor alle docenten. Ik zei hem hoe goed ik het vond dat hij, als ervaringsdeskundige, dit op zich wilde nemen. Op mijn vraag of ik misschien ook mocht komen, keek hij me aan alsof ik vroeg of hij vandaag toevallig ook schoenen droeg. ‘Natuurlijk. U bent toch ook mijn docent?’ Tja. Dom van me.

Geen gunfactor
Op woensdagochtend was het dan zover. Zijn presentatie. Hoe meer docenten het lokaal binnen liepen, hoe meer zijn gezicht verstrakte. Gespannen begon hij te vertellen. Over zijn belevingswereld, zijn IQ, zijn intense woedeaanvallen en zijn daarop volgende gemeende excuses. Dat hij geen ‘gunfactor’ van docenten wilde maar oprechte feedback. Vol bewondering hoorde ik zijn verhaal aan. Aan de gezichten van mijn collega’s te zien waren zij net zo onder de indruk als ik. Ongelooflijk zo sterk deze jongen zijn verhaal vertelde. Aarzelend, bevend, kwetsbaar. En zó doelbewust. Moeiteloos leek hij te kunnen vertellen wat wij als docenten wel en niet moesten doen.
 
Híj zou het begrijpen
Langzaam raakte ik uit zijn verhaal. Ik zag hem staan, hoorde zijn stem. Ik kon alleen nog maar denken aan de kinderen in het speciaal onderwijs. Zij zouden ook naar hem luisteren. Hem uitdagen. Hem bewonderen. Ook zijn leerlingen zouden naar hem toe komen om uitleg te vragen over de opdrachten. En hij? Híj zou het begrijpen. Over passend onderwijs gesproken. Opeens trok ik mijn eigen twijfels weer in twijfel. Waarom zou hij het eigenlijk niet redden? Ik zag zijn kracht. Zijn puurheid. Zijn humor. Want… terwijl ik hier over mijmerde, bracht hij me weer terug naar het moment. ‘Deze presentatie beperken? Dat lukt me niet hoor mevrouw. Ik héb een beperking.’ Zijn ogen twinkelen.

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0