Toe nou even...

Je kent het wel. Het ‘toe nou even’ momentje. Op het moment dat jij nét je les bent gestart en er een verdwaasde leerling voor de derde keer te laat binnen komt. (‘Sorry! Heus! Maar vanaf nu mevrouw…’) Of wanneer jij op je vrije zondagmiddag je hele ziel en zaligheid in een les hebt gestopt (‘Nee sorry, geen terras voor mij. Ik moet nog even lessen voorbereiden’) en je maandagochtend vol trots je les draait met als enige input: ‘mevrouw…mogen we pauze? ’


Momentjes
Ik besloot deze momentjes te sparen. Tot ik erachter kwam dat deze helaas niet zo schaars zijn als ik had gehoopt. Regelmatig betrapte ik mezelf op deze momentjes. Soms trotseerde ik ze vol goede moed. Schudde ik een flauwe grap uit mijn mouw en kon ik er weer tien minuten tegen aan. Soms wierpen ze een schaduw over de les en lukte het me niet meer om de les voor mezelf bevredigend te beëindigen. En soms, al geef ik dat liever niet toe, hadden deze momentjes mij in de ban. Wanneer dit gebeurde stelde ik mezelf krampachtig dezelfde vragen. Waar ging het mis? Te theoretisch? Te weinig verdieping? Sloot ik niet bij de leerlingen aan? Vaak kwam ik bedrogen uit. Er moest ergens een blinde vlek zijn waar ik niet bij kon komen. Sparren met collega’s bood tijdelijk verlichting (’het is ook een lastige klas…’) maar het bleef een schrale troost. Een pleister op de wond waarvan enkel ik het bestaan ken. Het bleek al gauw een vicieuze cirkel: hoe harder ik naar deze wond ging staren, hoe blinder ik werd voor wat er om me heen gebeurde. Terwijl ik maar bleef piekeren over de oorzaak van ‘mijn probleem’ bleek deze in de meeste gevallen enkele meters verderop te liggen. Ik hield keurig de docent-student-afstandsrelatie in stand: ‘Ik weet echt níet wat er met de klas aan de hand is…’

 
Spaarkaart

Op een zekere woensdagochtend was ik er klaar mee. Mijn spaarkaart met de ‘toe nou even’ momentjes was vol en ik vertikte het om een nieuwe te halen. Ik had Joop die ochtend al drie keer gecorrigeerd en toen hij ook nog eens zijn boek niet mee had, besloot ik hem even uit de klas te halen. De klas joelde. Stoer en breed grijzend liep hij achter me aan. Toen hij de deur achter zich sloot, veranderde zijn houding. Onderzoekend keek hij me aan. Ik stelde hem enkele vragen. Zijn lichaam leek te ontspannen. Hij vertelde over zijn frustraties. Wat hij zelf graag zou willen? Hij wilde wel een energizer voor de klas bedenken. En zo geschiedde. ‘Jeetje mevrouw, de klas luistert helemaal niet. Dit is echt heel vervelend! Ja ja…, zeg maar niets. Ik weet het. Normaal ben ik het zelf…’

 
Puzzelstukjes

Door het schooljaar heen vielen er enkele puzzelstukjes op z’n plaats. Langzaam begon ik de leerlingen te kennen. Merel bijvoorbeeld. Altijd te laat en bezweet kwam ze aan. Toen ik haar naar haar woonplaats vroeg, moest ze dit twee keer herhalen. Ze bleek met twee bussen en één trein te gaan en al gauw anderhalf uur onderweg te zijn. Of David. Nooit een boek mee en altijd maar gapen. Mijn ‘toe nou even’ momentjes die ik bij hem had ervaren, waren niet meer op één hand te tellen. Tot de aap uit de mouw kwam. Hij liep niet alleen stage, hij deed ook nog veel vrijwilligerswerk, speelde in een bandje en was vakkenvuller. Of Nadia, die toch even een gesprekje wilde. Ik hoefde me geen zorgen te maken maar ze wilde graag haar verslag iets later inleveren. Het ging namelijk niet goed thuis. Haar moeder was chronisch ziek en ze woonde tijdelijk elders.

Inzicht 
Soms waren de signalen subtieler van aard. Dan liet ik bijvoorbeeld een filmpje zien over zinloos geweld en liep er een leerling verdrietig de klas uit. Hoe meer leerlingen ik les gaf, hoe meer inzicht ik kreeg in mogelijke achtergronden. Terwijl ik het sneu voor mezelf vond dat ik een middagje terras had laten schieten in verband met de voorbereiding van mijn les, zaten er tegelijkertijd leerlingen in de klas die de hele nacht in de kroeg hadden gewerkt om hun studie te kunnen betalen. Die, buiten school om, complete dagen voor hun zieke moeder hadden gezorgd. Die niet het eerste uur spijbelen, maar ‘stiekem’ naar de psycholoog gingen. Die de organisatie van de bruiloft van hun zus op zich hadden genomen. Of die enkel naar school gaan om aan de verwachtingen van hun ouders te kunnen voldoen. (‘Niveau 2 vinden ze niet goed genoeg…’)

Bijzondere leerlingen
Het werd me steeds meer duidelijk dat het zoeken naar mijn eigen blinde vlek weinig zin heeft. Net zo min als het staren naar de wond. De vervelende momentjes zullen altijd blijven. Maar hoe beter ik de leerlingen leer kennen, hoe beter ik hun gedrag kan plaatsen. Ik geef niet (alleen?) les aan ‘verwende en consumerende achterbankgeneratie’ leerlingen. Het zijn vaak ook hardwerkende jonge volwassenen. Die soms opgroeien in hartverscheurende situaties. Die op 16-jarige leeftijd al enorm veel levenservaring met zich mee dragen. Het is een wonder dat sommige leerlingen de kracht vinden om überhaupt naar school te komen. Ja, dat ze bijzonder zijn, heeft een aantal leerlingen mij afgelopen tijd wel duidelijk gemaakt.


Mogen we een pauze?

Toch werd het voor mij vorige week pas écht duidelijk. Ik volgde een training, acht uren lang. Halverwege de dag vocht ik tegen mijn dichtvallende oogleden. Ongelooflijk, wat kan een dag lang duren. Toen de trainer vroeg waar we behoefte aan hadden schreeuwde ik het nog net niet uit. ‘Mogen we een pauze?’ Ik schrok van de kracht van mijn eigen woorden. Enigszins beschaamd keek ik hem aan. Au. Ik hoopte maar dat hij een pleister bij zich had.

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0