Van wie is het probleem?

 

‘De Gordonmethode? Echt? Wauw! Daar ben ik in 1974 op afgestudeerd! En daarna heb ik er nog cursussen over gehad. Echt een prachtige methode! Het gaat erom dat…’ Met grote handgebaren begint hij te vertellen.

 


Onderwijsbloed

Ik zie zijn ogen glinsteren. Zijn enthousiasme is voelbaar. Het was niet voor niets dat alle trainers altijd zijn naam na iedere training steevast kenden. Wat een passie. Wat een onderwijsman. En wát een vader. Ik zat samen met hem in de tuin. Zijn afscheidsfeest lag vlak achter hem. Enkele weken daarvoor had het hele dorp mogen weten dat hij, na 41 jaar trouwe dienst, onderwijsland ging verlaten. Toen hij hoorde dat ik een tijdelijke aanstelling als docent had gekregen, slaakte hij een vreugdekreet. Het eerste schooljaar dat hij níet meer voor de klas zou staan, zou zijn dochter dit wel doen. Ik was dan ook het ultieme ‘onderwijs product’. Niet alleen waren mijn beide ouders (geweldige) onderwijzers geweest, ze hadden elkaar ook nog eens via hun werk leren kennen. Ik had hun genen. Nu mocht ik het ook waarmaken. Ik hoopte vurig dat mijn oudere broers nog wat aanleg voor mij over hadden gelaten.


Eén-nul voor Thomas Gordon  

Na tien werken was het zover. Mijn lessenserie ‘grensoverschrijdend gedrag’ zat er op. Tijd om Thomas Gordon eer aan te doen. Waar mijn vader zijn enthousiasme had gekregen uit een training, moest ik deze halen uit enig lesmateriaal. Mijn enthousiasme verdween echter net zo snel als die bij mijn vader gekomen was. Het was moeilijk om dit te verbloemen voor mijn studenten. ‘Uh.. het is niet erg hoor. Maar het is wel te merken dat je bij dit vak iets minder enthousiast bent als bij het vorige vak…’ Ik probeerde van alles. Ik struinde het internet af voor (film)materiaal, kocht zijn boek, bedacht werkvormen, zocht naar diepgang en nodigde een officiële trainer uit. Zij wilde deze les wel twee keer vrijwillig geven. Ik was gered! Met het zweet op mijn voorhoofd worstelde ik mij door de laatste lessen heen. Niet dat deze beste man niks zinnigs had geschreven: integendeel! Maar ik kwam erachter hoe moeilijk het is om een methode, die ik enkel uit de boeken ken en gaat over een onbekend werkveld, over te dragen aan studenten. Ik incasseerde dapper de feedback (‘Leuk, maar misschien kan het beter door een officiële trainer gegeven worden…’, ‘ik heb eigenlijk vooral iets geleerd van de gastles’) en ging moedig voorwaarts. Dit had ik maar weer achter de rug. Tot ik tien weken later opnieuw mijn rooster bekeek en achteruit deinsde. Mijn collega zag de schrik in mijn ogen. ‘Wat nou? De Gordon methode?’ Ze kon haar lachen niet inhouden. Het feest zou weer opnieuw beginnen. Thomas Gordon moest eens weten.


Fiasco 

Toen de klas mij vroeg of ik ze de volgende periode weer les zou gaan geven moest ik me inhouden om ze niet mentaal voor te bereiden op dit naderende fiasco.Een week voor de start van de nieuwe periode kreeg ik een mailtje van een student. Ze had de training al bij niveau 3 gevolgd en zag dat het nieuwe materiaal bijna overeenkwam. Dat ik het even wist. Zo vriendelijk mogelijk bedankte ik haar voor de input. Ik kon mezelf nog net inhouden om niet te typen dat het weleens tegen zou kunnen vallen. Dat ze het even wist.

 
Wanhopig klampte ik me aan mijn koffiekopje vast

Al gauw was het moment daar. Ik zette me schrap. Na de introductie besloot ik mijn geliefde oplossingsgerichte manier van werken in te zetten. Het transparante karakter sprak me aan, evenals het stimuleren van de studenten zelf. Wat wilden zíj eigenlijk uit de lessen halen? Ik liet een student een brainstormsessie leiden en keek angstvallig toe hoe ze naadloos álle termen op het bord schreef. Deze klas leek alles al te weten. Wanhopig klampte ik me aan mijn koffiekopje vast. Ik besloot dit met ze te bespreken. Éven de verwachtingen afstemmen. Tien minuten later vroeg ik mezelf af waarom ik deze keuze ook alweer gemaakt had. De klas leek wel een jungle. Iedereen riep door elkaar. Ook dat nog. Interessante groepsprocessen kwamen voor mijn ogen op gang. Oude ruzies laaiden op. Onderlinge irritaties voedden de onuitgesproken verstoorde relaties. Ik negeerde de sadist in mij die riep: ‘Ha! Goed gedaan Anke. Gordons overlegmethode. Laat maar zien.’ Ik betrapte mezelf op de vraag hoe deze oertoestand eigenlijk in Gordons gedragsraam geplaatst zou kunnen worden. Wie z’n probleem was dit nu eigenlijk?

 
Mijn ethische brug

Nadat ik de brandjes had geblust en het roer weer over had genomen nam ik de schade op. Mijn lesprogramma was in de soep gelopen. Er was te weinig tijd om veel te behandelen. Er was te veel tijd om ze naar huis te laten gaan. Wat nu? Ik improviseerde waar ik bij stond. Ik viste naar praktijkervaringen. Krampachtig probeerde ik ze te lijmen aan Gordons idealen. En opeens was hij daar. De brug. De brug naar de wereld van de ethiek. Het vangnet waar ik maar wát graag op terugviel. Ook Gordons methode kende zijn ethische kwesties. Voor ik het wist gooide ik met termen als ‘echtheid’ en ‘schijnacceptatie’. Een punt waar Gordon zelf veelal op bekritiseerd was. Hoe zagen zij dit? Ik zag het in hun ogen: ik was terug in het spel, de studenten luisterden aandachtig en voor ik het wist belandden we in een interessante ethische discussie.

 
Echtheid en zo

Terwijl ik de discussie in goede banen probeerde te leiden, dacht ik na over deze ‘echtheid’. In een flits dacht ik terug aan mijn vader. Zijn bevlogenheid rondom deze methode. Acuut realiseerde ik me de ironie van de situatie. Híj had hier moeten staan. Ik gaf les over Thomas Gordon, het werken in de kinderopvang of basisonderwijs. Ik droeg situaties aan die ik kende van horen zeggen. Ik werkte niet met kleine kinderen. Ik voelde helemaal geen enthousiasme. En het lot wilde dat ik ík Gordons uitgangspunt uit zou dragen: Wees écht. Zodra je een rol speelt hebben kinderen je door. Wat was ik eigenlijk aan het doen? Ik was pas echt toen ik de brug sloeg naar ethiek. Toen ik in mijn hoofd mijn geitenwollensokken aan trok en ze na liet denken over het grensgebied rondom ‘mens zijn’ en ‘professioneel zijn’. De bel ging, een student bood haar excuses aan voor haar ongemotiveerde houding. (!) Enkele andere studenten bleven napraten. ‘Dit worden echt leuke lessen. Vooral dat laatste vond ik zo interessant!’ Even was ik stil. Mijn oren klapperden. Op de fiets naar huis bedacht ik me hoe ik deze lessen nu verder vorm moest gaan geven. Allemaal leuk en aardig meneer Gordon, die ‘echtheid’ en zo, maar ik zal toch echt zelf al deze lessen moeten gaan geven. Hoe dan? De sadistische stem in mijn hoofd liet zich dit echter niet twee keer vragen. Tja. Van wie is dat probleem?

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0