'Nog even doorzetten...'



Ik nipte aan mijn kopje koffie en keek om me heen. Ik zag vijftien ruggen en vijf gespannen gezichten. De jurkjes en korte broeken verraadden de zomerse temperaturen. Mei deed verlangen naar de zomer. Mijn klas maakte zich op voor een digitale kennistoets, het eerste examenonderdeel. Ik zag blote enkels met tattoos die allemaal hun eigen verhaal met zich mee droegen. Een mooi metafoor voor hoe ik deze klas dit schooljaar ervaren heb.

Frustratie
Ik dacht halverwege het jaar al veel van ze te hebben mogen zien. Niets bleek minder waar. Iedere week opnieuw werd ik verrast. Soms waren het details, soms waren het rauwe ontboezemingen. Soms moest ik er hard om lachen, soms kreeg ik kippenvel. Ik verbaasde me in het begin over het niveau van sommige leerlingen. Het gebrek aan inzet, de weerstand. De leerlingen frustreerden zich op hun beurt ook. Over de eisen die ik stelde, de veranderingen, de hoeveelheid taken en tegelijkertijd de tekortkomingen van het onderwijs.

 
Compromis

Na een aantal maanden leken we in stilte een compromis te sluiten. Als zij durfden te vertrouwen op mijn criteria, dan gaf ik hun het vertrouwen dat zij het zouden redden. Wanneer zij hun verantwoordelijkheden zouden nemen, wilde ik me verantwoordelijk voelen voor hen. Wanneer zij in contact bleven met mij, zou ik ook in contact blijven. Stukje bij beetje mocht ik ze leren kennen. En stapje voor stapje liet ik ze ook dichter bij mij komen. Zij durfden bij mij te komen klagen. Ik durfde hen te confronteren. Ik durfde kritisch naar mezelf te zijn. Zij boden hun excuses aan als ze te ver waren gegaan. Ik liet merken dat ik geloofde in wie ze waren. Zij lieten merken dat ze zich gehoord voelden. Als zij durfden te geloven in mij, durfde ik ze te laten geloven in zichzelf. Soms staken mijn frustraties echter weer de kop op. Als ik avonden, weekenden lang hun verslagen na zat te kijken. Hun brandjes moest blussen. Als ik teleurgesteld raakte in resultaten. Als ze de zaken niet op orde hadden. Als mijn inzet groter was dan die van hen. Als ik mijn eigen grenzen weer eens vér overschreden had. Maar het was ook deze klas die mij nieuwe inzichten gegeven heeft. Die mij de ware betekenis van deze teleurstelling heeft laten inzien.

 
De laatste fase

Alie wipte inmiddels onrustig op haar stoel heen en weer. Even later lag ze op haar handen voor de computer. Ze zuchtte hard. Ik gaf een aai over haar haar en probeerde haar te bemoedigen. ‘Nog éven doorzetten. Dan mag je gaan.’ Terwijl ik deze woorden uitsprak realiseerde ik me hoe vaak ik ze dit jaar had uitgesproken. Ik zei het in oktober al tegen Marlies, die klaar was met school en zo graag aan het werk wilde. Ik zei het tegen Fiona, die haar verslagen met het zweet op haar voorhoofd inleverde. Ik noemde dit naar Mariska, die door de druk vaak paniekaanvallen had. Ik zei het tegen Maartje, die uitgeput was. Of Vera en Sara, die een onveilige thuissituatie kenden. Na de zomer zouden ze uitvliegen. Ik noemde het naar zes leerlingen die het allemaal, om diverse redenen, toch niet hadden gered. Die stopten, gingen verlengen of de hulpverlening ingingen. De toets was bijna voorbij. Ik zou hun laatste verslagen nakijken en ze langzaam begeleiden naar hun eindgesprek. Ik wilde deze weken nog hard voor ze werken. Want zij werkten ook hard voor zichzelf. Wat keek ik uit naar de diplomering. Zeventien hardwerkende studenten een toegangsbewijs geven tot de arbeidsmarkt. Wat gunde ik ze dat. En dan? Wat zouden ze gaan doen? Welke wegen zouden ze gaan bewandelen? Welke tattoos zouden ze nog laten zetten?

 
Een grote berg

Terwijl de eersten (juichend of balend) het lokaal verlieten kwam het bij mij écht even binnen. De tijd was me weer eens ontglipt. Het schooljaar was voor mij in augustus nog een grote berg. Ik heb hem beklommen met mijn ogen dicht. Soms op de tast, soms durfde ik te kijken. Ik keek niet achterom want ik wist dat er geen weg terug meer zou zijn. Ik liep snel, met grote passen. Voor stilstaan had ik geen tijd. Vaak was ik buiten adem. En voor ik het wist stond ik hier. Op grote hoogte. Ik zag het uitzicht. Angstvallig keek ik naar beneden. Ik kon vanaf deze hoogte niet zien wat ik beneden aan zou treffen. Hoe snel zou ik beneden zijn? Durfde ik me over te geven? Straks tevreden weer omhoog durven kijken? De verwachtte opluchting dat het straks voorbij zou zijn, bleef uit. Was dit niet waar ik het allemaal voor had gedaan? Waarom voelde het dan zo dubbel? Ik moest echt even slikken. Want meer dan ieder moment van dit schooljaar realiseerde ik het me pas.
Nog even doorzetten. En dan zou ook ik mogen gaan.

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0