Sociale controle

Ik zag hem meteen staan. Een groot bos grijze krullen danste op zijn schedel. Gefascineerd keek hij omhoog. Zonder te knipperen leek hij de wereld boven hem in zich op te nemen. Ik volgde zijn blik. De man merkte mijn gezelschap op. ''Dat is Jupiter. Weet je hoe je dat kunt zien?'' Voor ik het wist zat ik in een hoorcollege astronomie.


Woensdagavond

Het was woensdagavond en we stonden te wachten op het lokale pendeltreintje naar de stad. Ik was niet verrast dat deze man me aansprak. Wel dat hij zo bevlogen vertelde over dit grootste mysterie ter wereld. Als een ware professor deed hij uit de doeken hoe het heelal volgens hem in elkaar stak. Ik probeerde een intelligente vraag te bedenken om te laten merken dat ik luisterde. Al gauw realiseerde ik me dat dit zo’n type gesprek was waar mijn reactie totaal irrelevant was. Braaf knikte ik op de momenten dat ik dit nodig achtte. We stapten de trein in. Een ongemakkelijke moment naderde: gaan we naast elkaar zitten? Ik stelde het uit door beleefd zijn verhaal aan te horen alvorens ik een plekje zocht. Uiteindelijk bedankte ik hem voor zijn interessante verhaal en ging zitten.


Rasta jongen  

De jongen voor mij, kenmerkend door zijn rasta kapsel en gouden tanden, was druk in de weer met zijn mobiel. Ik hoorde muziek, afwisselend met email- en whatssapmeldingen. Geconcentreerd keek hij naar z’n scherm. Ik sloot mijn ogen en dommelde even weg. Tot ik weer een stem hoorde. Abrupt schrok ik op. Verhip, het was die ‘professor’ weer. Ik moest de komende tijd op een bepaald tijdstip, op een bepaalde plek en op een bepaalde manier naar het heelal kijken. Ik bedankte hem opnieuw en hij haastte zich weer naar voren. De rasta jongen draaide zich om. ‘’Sprak hij zomaar tegen je?’’ Hij grijnsde. Ik telde drie gouden tanden. ‘’Nee hoor. Ik was net al met hem aan het praten.’’ De jongen draaide zich weer om en leek weer één met zijn digitale identiteit.

 
Het ietwat naïeve dorpsmeisje in mij protesteerde

Sociale controle. Wat een vreemd gegeven in deze tijd. Ik, opgegroeid in een dorpje, wist als kind niet beter dan dat de buurman wist waar de sleutel lag. Als ik buiten speelde hield de buurvrouw mij in de gaten en ik kon niet over straat zonder ‘de dochter van’ te zijn. Rond mijn veertiende fietste ik met veel te grote fietstassen mijn avonturen in de grote stad tegemoet. Daar zou ik leren wat de betekenis van sociale controle werkelijk was. Was het fijn dat deze jongen even checkte of het oké was? Iemand die ‘zomaar’ tegen je begint te praten? Iets stoorde mij aan zijn reactie. Deze jongen die met veel bombarie de coupé voorzag van geluiden, zou mij beschermen tegen ‘vreemde’ mannen die, zoals dat vijftien jaar geleden nog normaal was, 'zomaar' een gesprekje aan knoopten. Die kennelijk dus afwijkend gedrag vertoonden. Was dat waar we heen gingen? Het ietwat naïeve dorpsmeisje in mij protesteerde. Dit mocht niet de norm worden. Anderzijds was dat toch wat ik wilde? Was dat ook waar ik voor pleitte bij mijn leerlingen? Blijf asjeblieft écht in contact met de mensen om je heen. Wat is sociale controle in tijden van aanslagen, wantrouwen en digitale revolutie?


Een dag later 

Het was precies een dag later. Hetzelfde tijdstip, hetzelfde pendeltreintje en hetzelfde perron. Ik sloeg mijn boek open en zag nog net vanuit mijn ooghoek de man met de bos krullen de trein instappen. Ik betrapte mezelf er op dat ik weinig beboefte voelde om opnieuw met hem in gesprek te raken, hoe bijster interessant ik zijn verhalen een dag eerder ook vond. Ik verdween achter mijn boek. Ik zag hem voorbij lopen. Hij liep naar het meisje achter mij. ''Zie daar'' begon hij. ''Planeet Jupiter. Weet je hoe je hem herkent?'' Wacht even. Had ik het goed verstaan? Voor ik het wist zat ik omgedraaid op mijn stoel. Praatte hij nu zomaar met haar? Of was hier iets aan vooraf gegaan? De man was inmiddels doorgelopen. Het meisje typte driftig op haar telefoon. Met wie zou ze dit moment willen delen? Ik opende mijn mond om haar aan te spreken. Ik wilde dolgraag weten hoe deze vork in de steel zat. In de weerkaatsing van het raam zag ik mezelf zitten. Geen overheersende telefoongeluiden en gouden tanden. Maar wel oordopjes in mijn oren. Met al mijn discipline lukte het mij om me weer om te draaien. Voor mij geen sociale controle vanavond. Het was immers normaal. Ik keek weer naar buiten en zag hem flikkeren. Jupiter.

 

Commentaar schrijven

Commentaren: 0