Kwijt
Sleutels kwijt. Telefoon kwijt. Herinneringen kwijt. Ik dacht inmiddels alles wel gehad te hebben. Niks bleek minder waar. Ik realiseerde me vanmiddag, naïef om me heen kijkend, het effect van de nieuwe Primark. Verhip. Klas kwijt.

 
Stip
Ach, die gemoedelijke stadse sfeer. Ik, in mijn lunchpauze, liggend in het park. Ene Stip rent rondjes om mij heen en blaft hard. Het baasje komt aangesneld. ''Ja, het is ook vreemd Stip. Tegen vreemde dingen moet je blaffen.'' De hond laat dit zich geen twee keer zeggen en doet een plasje vlak naast mijn hoofd. Tof. Thanks. 

 

Studentenstad
Soms vergeet ik even dat ik in een studentenstad woon. Gelukkig word ik hier door anderen af en toe aan herinnerd. Zonet bijvoorbeeld, toen mijn buurvrouw rond middernacht aan belde omdat ze iets nodig had. Gelukkig realiseerde ik me, toen ik in de keuken al met een kopje suiker klaar stond, dat ze om een pingpongbal had gevraagd. Natuurlijk! Een donderdagavond zonder drankspel is hier als koffie zonder suiker.

 

Vrijheid
Of ik het erg vond om op 5 mei te werken? Welnee. Beleefde ik deze dag weer eens vanuit een ander perspectief. Nu pas realiseer ik me de waarde van deze woorden. Mijn mijmeringen (zal ik dan toch nog éven aansluiten bij al dat feestgedruis) werden bij aankomst op het CS ruw verstoord. Het leek wel een jungle. Verschrikt bleef ik even staan om het beeld in me op te nemen. Een rij van dertig mensen bij de Burger King, pubermeisjes die elkaar in de haren vlogen, mensen die al slingerend hun weg vervolgden. De politie, die in deze vreedzame stad vaak als een soort ‘inboedel’ fungeert, greep uit verveling maar in bij een ruziënd groepje meiden. De medewerker van de AH to go droeg haar ogen op stokjes en probeerde de kudde in bedwang te houden.

Enkele minuten later liep ik in de binnenstad vlak langs de hoerenbuurt. Een aantal jongens stond voor de ramen te schreeuwen. Enkele prostituees gaven hen de aandacht die ze opeisten. De plaatselijke straatmuzikant maakte van de nood een deugd en begon te midden van dit publiek te zingen. Bevrijdingsdag kreeg voor mij acuut een nieuwe dimensie. Bevrijd van hun prefrontale cortex ja, maar was dit dan vrijheid? Was het hier allemaal om te doen? ‘’Check dat lichaam. Wat zei ze, wat zei ze?’’ Ik kreeg een vieze smaak in mijn mond en verwachtte deze vandaag niet meer weg te kunnen spoelen met een biertje. Het was klaar: ik ging naar huis.


De vreemde

Hij zat daar met gebogen schouders. Hij leerde mijn taal in mijn geboorteplaats. Ik was in zijn territorium, bevond me in een atmosfeer van samengesmolten culturen. Gewoontes die ik niet kende, een taal die ik niet verstond. Het was zijn zoontje die op mijn schoot probeerde te kruipen. Hij riep hem tot de orde, keek mij vragend aan. Ik beantwoordde zijn vragende blik. Was het oké? Ik schrok van de onverwachte complexiteit van deze situatie. Wie was hier de vreemde?
Er was maar een persoon die zich dit niet af leek te vragen. Hij stond inmiddels weer voor me. Stralend keek hij me aan, wachtend tot ik de bal naar hem terug zou gooien. Een lekke, weliswaar.

 

Geluksmomentje
Ik ben natuurlijk nog maar net begonnen. Toch denk ik dat ik al weet wat het geheim van de docent is. Het zit 'm in de kleine dingen. Geluksmomentjes. Vanmorgen bijvoorbeeld, toen een leerling na vier klokuren introductie en theorie vroeg: "Mevrouw? Welk vak is dit?"


Het flexibele puberbrein:

'Hé, ben je naar de kapper geweest?'
'Neeeh..'
'Oh. Nou, ik vind dat dit kapsel je leuk staat.'
'Nou mevrouw, nu moet u ophouden. Ik heb al een vriendin!'

 

 

Liefde anno 2016

Gesprek in de trein tussen twee gabbers, matties. Hoe noem je dat tegenwoordig? "Ik heb misschien een meissie. Van tinder. Ziekleuk man. Veel foto's, alles. Eerst hadden we geen flikker gemeen. Maar later jonge, typten we fucking vaak hetzelfde. Echt leip. Maar misschien wordt het wel niks hoor. No pressure weetje. Maar hopelijk wel voor kerst."

 


Het schoolfeest

Ik, met mijn tas om mijn schouder. Met mijn hoofd nog bij mijn andere baan en mijn rijbewijs in mijn hand. (‘’Ja sorry, we moeten het aan iedereen vragen…’’) Ik glimlach om het feit dat ik me, als docent, moet legitimeren op een schoolfeest. Tja, ook dat is als jonge docent lesgeven op een ROC.

Zodra ik mijn voet over de drempel gezet heb, word ik al enthousiast begroet door mijn collega. Een wijntje in haar linkerhand, een sigaret in de rechter. Relaxed staat ze met collega’s en studenten te praten. Met mijn nuchtere blik aanschouw ik dit tafereel. Ik weet meteen dat het een goede keuze was om nog even langs te gaan.
 Ik zie collega’s met studenten praten. Ik vang flarden van gesprekken op die ik waarschijnlijk nooit binnen de schoolmuren had gehoord. Alles voelt anders. Alsof een stofzuiger door alle vastgeroeste patronen, rollen en (omgang)normen is gehaald. Ik zie mijn teamleider dansen en lachend op mij afkomen. Een collega slaat een arm om me heen en vraagt me een biertje voor hem te halen. Kan hij mooi even naar het toilet. Even lijkt de enige gecompliceerde kwestie vanavond de vraag van de barman te zijn: wat wil ik drinken?

Studenten komen naar me toe maar houden gepaste afstand. Ik zie het ze bijna denken: in de kroeg met onze docent. Cool of juist niet? ‘’Hé Anke, weet jij of Jasmijn nog komt? Ze zou met ons dansen.’’ Ik moet opnieuw glimlachen. Jasmijn is mijn collega van middelbare leeftijd. En net, als ik me een paar uur later afvraag of ik eigenlijk wel naar huis wil gaan vanavond, komt er een student naar me toe. Hij is kwalijk jonger dan ik en knoopt een gesprek aan. Fijn, die ongecompliceerdheid vanavond. Na een tijdje realiseer ik me dat ik niet meer op een natuurlijke wijze van deze jongen af lijk te komen. Ik begin me ook af te vragen of hij zich eigenlijk nog wel herinnert dat ik zijn docent ben.

Ik bedenk me niet en ga er vandoor. Die ongecompliceerdheid kan soms nog behoorlijk complex zijn. Ook dat is als jonge docent lesgeven op een ROC.

 


 
Op avontuur
Twee kleine jongens staan voor een duingebied. 'Kijk mama, die twee vlinders vechten! Zie je dat?' Met grote ogen bestuderen ze het tafereel. 'Nee hoor. Kijk, ze vinden elkaar heel aardig. De ene zegt: ik vind je lief. De andere zegt: ik jou ook. Ze zijn lief voor elkaar.' Het jongetje kijkt naar z'n moeder. 'Dus ze vechten niet?' Ze schudt haar hoofd. 'Oh.' Ze druipen teleurgesteld af. Al beroofd van hun avonturen voor deze goed en wel begonnen waren.

 

Kassa

Ik sta in de rij bij de kassa. Naast me staat een vrouw met haar twee dochtertjes. 'Hebben we deze chocola ook nodig mama? Of deze snoepjes?' De kinderen trekken aan haar armen. De vrouw kijkt ongemakkelijk om zich heen. 'We hebben al heel veel jongens, kijk maar in de wagen.' De kinderen pakken er spullen uit. 'Oooh jaaa.. chocola en nog meer chocola en...' Moeder is inmiddels rood aangelopen. 'En broccoli' roept ze gauw. Ze wijst naar een groene stronk die ergens verloren tussen de zoetigheid ligt. 'Daarvoor waren we tenslotte gekomen' zegt ze triomfantelijk. Ze strekt haar rug. Deze strijd lijkt nog niet verloren. 'O ja...' verzucht het meisje. 'Maar mogen we deze koekjes?' De vrouw lijkt het op te geven, lacht als een boer met kiespijn. Ik vraag me stiekem af met welke gember-spinazie-smoothie ze deze gebeurtenis thuis weg zal spoelen.

 

De hostelfeut

Ik liep, aan het einde van de avond, in mijn pyjama naar de wc. Deze was net naast de 'dorm room'. De deur vloog open en een vlotte Engelse jongeman stapte de ruimte binnen. 'Hey, are you okay?' Ik mompelde wat en keek onzeker naar mijn pyjama. Liep ik er zo raar bij? De volgende dag werd ik vroeg wakker en keek ik recht in zijn gezicht. Hij was in het bed naast me komen liggen. 'Hey, are you okay?' De dag erna werd ik wakker van een vrouwenstem. Mijn kamergenoot had een Noors meisje opgedaan in de plaatselijke discotheek. Hij sliep, samen met haar, in een ander bed. Ik moest me inhouden om niet te gaan schreeuwen. 'Hey...'

 

 

 

Klein maar dapper
Het hoogtepunt van onze mini-vakantie-zonder-mini. We zijn net aangekomen op onze tweede camping. Een jongetje van een jaar of zeven heeft al snel besloten om vriendjes met ons te worden en komt buurten. Ik heb net een pomp voor mijn luchtbed bemachtigd, trek een uiterst serieus gezicht en begin met pompen. Ik probeer dit uiteraard nonchalant en cool: dit jongetje kan op deze manier mooi afkijken hoe het moet. Ik word me inmiddels bewust van mijn eigen gestuntel. Gaat dit wel goed? Stug ga ik door. Het jongetje aanschouwt het tafereel met een kritische blik. Dan kijkt hij me aan en vraagt: 'Vind jij dat dit werkt?'